Leestijd: 3 minuten
Suikervrij paardenvoer is voer waarbij het gehalte aan suikers en snelle koolhydraten zo laag mogelijk is gehouden. Voor paarden die gevoelig zijn voor insulineresistentie, laminitis of het equine metabolic syndrome (EMS) kan gewoon voer met een normaal suikergehalte schadelijk zijn. Suikerarm of suikervrij voer helpt die risico’s te beperken.
Helemaal suikervrij bestaat in de praktijk nauwelijks, omdat grassen, hooi en granen van nature altijd sporen van suiker bevatten. Wat in de handel “suikervrij paardenvoer” heet, is eigenlijk voer met een sterk verlaagd suikergehalte, ook wel aangeduid als “low-sugar” of “laag in suiker en zetmeel”.
Welke paarden hebben suikervrij voer nodig?
Niet elk paard heeft baat bij suikerarm voer. Het is vooral belangrijk voor:
- Paarden met laminitis (hoefbevangenheid): een te hoge suikerpiek in het bloed verhoogt de kans op een aanval.
- Paarden met EMS of insulineresistentie: hun lichaam verwerkt suiker minder goed, waardoor een normale hoeveelheid al te veel is.
- Paarden met PPID (Cushing): deze paarden hebben een verstoorde hormoonhuishouding en zijn extra gevoelig voor koolhydraten.
- Gemakkelijke eters en pony’s: zij zijn van nature zuiniger met energie en reageren sneller op suikerpieken.
Een gezond sportpaard zonder metabole problemen heeft doorgaans geen speciaal suikerarm dieet nodig. Voor dat type paard kan juist iets meer energie via koolhydraten nuttig zijn.
Wat maakt suikervrij paardenvoer anders?
Bij regulier paardenvoer komen suikers vaak van granen zoals haver, gerst en maïs. In suikerarm voer worden die granen vervangen door alternatieve energiebronnen die een lagere glycemische respons geven. Denk aan:
- Bietenpulp (ongesuikerd): een vezelrijke energiebron met weinig snelle suikers.
- Luzerne: eiwitrijk en relatief laag in niet-structurele koolhydraten.
- Plantaardige vetten en oliën: leveren energie zonder suikerpiek.
- Structuurvezel uit gras of stro: vult de darmen zonder de insuline te prikkelen.
Op het etiket zoek je naar de afkorting NSC (Non-Structural Carbohydrates). Een waarde onder de 10 tot 12 procent geldt in de praktijk als laag en geschikt voor gevoelige paarden. Combineer je met hooi, laat het hooi dan bij voorkeur een uur weken in water: dat spoelt een deel van de suikers eruit.
Suikervrij brokken, muesli of structuurvoer?
Suikerarm voer is er in verschillende vormen. Brokken zijn makkelijk te doseren en hebben een vaste samenstelling per kilogram. Muesli ziet er aantrekkelijker uit, maar let op: veel mueslimengsels bevatten melasse (suikerrietstroop) voor de smaak en zijn daarmee helemaal niet geschikt voor een suikerarm dieet. Controleer het etiket altijd, ook al staat er “gezond” of “naturel” op de verpakking.
Structuurvoer zoals gehakseld hooi of grasbalen is voor veel gevoelige paarden de basis van het rantsoen. Een paard heeft sowieso minimaal 1,5 tot 2 procent van zijn lichaamsgewicht per dag aan ruwvoer nodig. Voor een paard van 500 kilo betekent dat 7,5 tot 10 kilo droog ruwvoer per dag. Zorg dat dit ruwvoer ook daadwerkelijk laag in suiker is, want ruwvoer maakt het grootste deel van het dieet uit.
Waar let je op bij het kiezen van suikervrij paardenvoer?
Een paar praktische punten om op te letten:
- Kijk altijd naar het NSC-gehalte, niet alleen naar de naam op de verpakking.
- Controleer of melasse op de ingrediëntenlijst staat. Staat het erbij, dan is het voer niet geschikt voor streng suikerarm dieet.
- Let op het zetmeelgehalte naast het suikergehalte: ook zetmeel wordt in het lichaam omgezet naar glucose.
- Vraag bij twijfel een voedingsadvies op bij een paardendierenarts of een gecertificeerd paardenvoedingsdeskundige.
Schakel nooit plotseling over op een nieuw rantsoen. Verander het voer altijd geleidelijk over een periode van twee tot vier weken, zodat de darmflora van het paard zich kan aanpassen. Een abrupte wisseling kan buikpijn of andere darmklachten veroorzaken, ook als het nieuwe voer op zichzelf gezonder is.
Suikervrij paardenvoer is geen modewoord, maar een gerichte voedingskeuze voor paarden met een concrete medische aanleiding. Voor die groep maakt het een merkbaar verschil. Heb je twijfel of jouw paard echt suikerarm voer nodig heeft, bespreek het dan met je dierenarts voordat je het rantsoen aanpast.

