Het originele apfelstrudel recept: zo maak je hem zelf

Leestijd: 4 minuten

Zelf een apfelstrudel maken zoals hij hoort? Dan begin je met een zelfgemaakt strudeldeeg, een vulling van appels, rozijnen, kaneel en paneermeel, en geduld bij het uitrekken van het deeg. Het originele apfelstrudel recept komt uit de Oostenrijkse en Zuid-Tiroolse keuken, en verschilt op één belangrijk punt van snellere versies: je maakt het deeg zelf, en je rekt het zo dun uit dat je er bijna doorheen kunt kijken.

Waar komt het originele recept vandaan?

Apfelstrudel is van oudsher een klassiek gerecht uit de Alpenregio. Zowel in Oostenrijk als in Zuid-Tirol (Noord-Italië) heeft de apfelstrudel een lange traditie. De basis is altijd hetzelfde: een dun, elastisch deeg gevuld met zoete appels en kruiden. Het deeg heet strudeldeeg en is wezenlijk anders dan bladerdeeg. Bladerdeeg is een snelle vervanger, maar het origineel heeft een soepele, papierachtige textuur die je nergens anders mee bereikt.

Wat heb je nodig?

Voor het originele apfelstrudel recept heb je twee onderdelen: het deeg en de vulling. Hieronder de ingrediënten voor één strudel.

Voor het deeg:

  • 200 gram bloem
  • 100 milliliter lauw water
  • 20 gram zonnebloemolie
  • 2 gram zout

Voor de vulling:

  • Ongeveer 1 kilogram appels (zure soorten zoals Elstar of Goudrenet werken goed)
  • Rozijnen
  • Kaneel
  • Suiker naar smaak
  • Paneermeel of broodkruimels
  • 100 gram boter (gesmolten)

Paneermeel klinkt misschien vreemd in een dessert, maar het neemt het vocht van de appels op tijdens het bakken. Zo wordt je deeg niet kletsnat.

Stap voor stap: het strudeldeeg maken en uitrekken

Het deeg maken is niet moeilijk, maar je hebt wat tijd nodig. Volg deze stappen:

  • Meng bloem, water, olie en zout tot een soepel deeg. Kneed het goed door, zeker 10 minuten, totdat het glad en elastisch aanvoelt.
  • Dek het deeg af en laat het minstens 30 minuten rusten op kamertemperatuur. Dit is belangrijk: het deeg moet ontspannen zodat je het later kunt uitrekken zonder dat het scheurt.
  • Leg een schone theedoek op het aanrecht en bestrooi die licht met bloem. Rol het deeg uit met een deegroller, zo dun als je kunt.
  • Nu komt het bijzondere: rek het deeg met je handen verder uit. Leg je handen er plat onder en trek het deeg voorzichtig naar buiten. Je gaat door totdat het deeg bijna doorzichtig is. Scheurtjes aan de randen zijn geen probleem.
  • Bestrijk het uitgestrekte deeg met gesmolten boter.

De vulling bereiden en de strudel oprollen

Terwijl het deeg rust, maak je de vulling klaar. Schil de appels en snijd ze in dunne plakjes of kleine stukjes. Meng ze met suiker, kaneel en rozijnen. Bak de paneermeel kort in een beetje boter totdat die lichtbruin is. Dit zorgt voor extra smaak en neemt vocht op.

Verdeel de gebakken paneermeel over het deeg, laat een rand van een paar centimeter vrij. Leg de appelvulling erover. Sla de zijkanten van het deeg naar binnen en rol de strudel op met behulp van de theedoek. Leg hem met de naad naar beneden op een met bakpapier beklede bakplaat.

Bestrijk de buitenkant royaal met gesmolten boter. Dit geeft de strudel zijn goudbruine kleur.

Bakken en serveren

Bak de strudel in een voorverwarmde oven op ongeveer 190 tot 200 graden Celsius. Na ongeveer 35 tot 45 minuten is hij gaar en goudbruin. Laat hem kort afkoelen en bestuif hem dan met poedersuiker.

In Oostenrijk en Zuid-Tirol serveer je apfelstrudel traditioneel warm, met een flinke scheut vanillesaus of een bolletje vanille-ijs ernaast. Slagroom mag ook, maar vanillesaus is de klassieke keuze.

Tips voor een geslaagde strudel

  • Gebruik zure appels. Die geven meer smaak en worden niet te papperig tijdens het bakken.
  • Laat het deeg lang genoeg rusten. Een te strak deeg scheurt bij het uitrekken.
  • Wees royaal met de boter, zowel in het deeg als aan de buitenkant. Dat geeft de knapperige, luchtige laag.
  • Rek het deeg langzaam en gelijkmatig uit. Kleine scheurtjes aan de rand zijn geen probleem.
  • Week de rozijnen vooraf even in warm water of appelschnapps voor extra smaak en zachtheid.

Zo is apfelstrudel al generaties lang geliefd

Een zelfgemaakte apfelstrudel vraagt wat oefening, maar het resultaat is de moeite meer dan waard. Het dunne, knapperige deeg met de sappige appelvulling is iets wat je met bladerdeeg nooit helemaal nabootst. Maak hem één keer volgens dit originele recept en je begrijpt meteen waarom hij al zo lang een favoriet is in de Alpenregio.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen strudeldeeg en bladerdeeg?
Strudeldeeg wordt gemaakt van bloem, water, olie en zout en wordt met de hand uitgerekt tot het bijna doorzichtig is. Bladerdeeg bestaat uit laagjes deeg en boter en heeft een andere, vlokkerige structuur. Voor een originele apfelstrudel gebruik je strudeldeeg, niet bladerdeeg.

Welke appels zijn het beste voor apfelstrudel?
Zure appelsoorten zoals Elstar, Goudrenet of Boskoop werken het beste. Ze behouden hun structuur tijdens het bakken en zorgen voor een goede balans tussen zoet en zuur in de vulling.

Kan ik de strudel van tevoren maken?
Je kunt de strudel een dag van tevoren bakken en bewaren. Warm hem voor het serveren kort op in de oven op een lage temperatuur, zodat het deeg weer knapperig wordt. Vers gebakken smaakt hij het allerlekkerst.

Waarom zit er paneermeel in het originele recept?
Paneermeel wordt gebruikt om het vocht op te nemen dat de appels afgeven tijdens het bakken. Zonder paneermeel wordt het deeg zacht en klef van binnenuit. Gebakken paneermeel geeft ook extra smaak aan de vulling.

Moet ik rozijnen gebruiken in apfelstrudel?
Rozijnen horen bij het traditionele recept, maar je kunt ze weglaten als je ze niet lekker vindt. Sommige mensen weken de rozijnen vooraf in warm water of rum zodat ze zachter en smaakvoller worden.

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Cookie Verklaring.