Weet je niet zeker hoe je de bandenspanning van je auto moet controleren? Het is eenvoudiger dan je denkt, en het duurt maar een paar minuten. Regelmatig de bandenspanning controleren is goed voor je veiligheid én voor je brandstofverbruik. Je banden zijn namelijk het enige contact tussen jouw auto en de weg.
Waarom is de juiste bandenspanning zo belangrijk?
Te lage bandenspanning zorgt ervoor dat je band meer contact maakt met het wegdek dan bedoeld. Daardoor slijten de buitenranden van je band sneller en stijgt het brandstofverbruik. Te hoge bandenspanning is ook niet goed: de band is dan te stijf, wat de grip vermindert en de rijcomfort verlaagt. Beide situaties zijn dus onveilig.
Banden verliezen vanzelf langzaam lucht, ook zonder dat er iets mis is. Schommelingen in temperatuur, zoals bij de overgang naar de winter, versterken dat effect. Daarom is het verstandig om de bandenspanning elke maand even te checken.
Wat is de juiste bandenspanning voor jouw auto?
De aanbevolen bandenspanning verschilt per auto en per bandentype. Je vindt de juiste waarde op een sticker in het deurkozijn aan de bestuurderszijde of in het tankluikje. Soms staat het ook in het instructieboekje. Let op: er kunnen verschillende waarden staan, bijvoorbeeld voor een volle auto of voor een auto met aanhanger. Gebruik altijd de waarde die past bij jouw situatie. De druk wordt aangegeven in bar.
Waar kun je de bandenspanning controleren?
Je kunt de bandenspanning controleren bij veel tankstations. Daar vind je een luchtpomp met een manometer waarmee je ook meteen lucht kunt bijpompen of aflaten. Bij sommige tankstations is dit gratis, bij andere gooi je een muntje in de automaat. Garages en bandencentrales, zoals KwikFit, bieden vaak ook een gratis bandenspanningscheck aan. Heb je een eigen bandenspanningsmeter, dan kun je thuis meten, al heb je dan nog wel een pomp nodig om bij te vullen.
Bandenspanning controleren in vijf stappen
- Stap 1: Controleer de banden koud. Meet de bandenspanning altijd als de banden nog koud zijn, dus voordat je meer dan een paar kilometer hebt gereden. Warme banden geven een hogere druk aan dan ze werkelijk hebben als ze afgekoeld zijn.
- Stap 2: Zoek de juiste waarde op. Kijk op de sticker in het deurkozijn of in het instructieboekje wat de aanbevolen bandenspanning is voor jouw auto en belading.
- Stap 3: Draai de ventieldopjes los. Elke band heeft een ventiel, meestal een klein zwart rubber dopje op de velg. Draai dit losjes af en bewaar het zodat je het niet kwijtraakt.
- Stap 4: Meet de druk. Druk de meetkop van de bandenspanningsmeter stevig op het ventiel. Lees de waarde af op de meter of het display. Stel bij een automaat bij een tankstation eerst de gewenste druk in voordat je meet.
- Stap 5: Pomp bij of laat lucht af. Is de druk te laag, dan pomp je lucht bij. Is de druk te hoog, dan laat je een beetje lucht ontsnappen via het ventiel. Controleer daarna nogmaals of de druk klopt.
Vergeet ook de reserveband niet. Die wordt vaak overgeslagen, maar je wilt er niet achter komen dat die ook zacht is als je hem echt nodig hebt.
Hoe vaak moet je de bandenspanning controleren?
De vuistregel is: controleer de bandenspanning elke maand. Doe het ook altijd voor een lange rit, bij het begin van een nieuw seizoen en als je merkt dat je auto anders aanvoelt dan normaal, zoals trager sturen of meer naar één kant trekken. Wissel je van zomerbanden naar winterbanden? Check dan meteen de spanning van de banden die je opzet.
Heeft jouw auto een bandenspanningssysteem (TPMS)?
Veel nieuwere auto’s hebben een bandenspanningsmonitoringsysteem, ook wel TPMS genoemd. Dit systeem waarschuwt je via een lampje op het dashboard als de druk in één of meer banden te laag wordt. Handig, maar het betekent niet dat je de bandenspanning nooit zelf hoeft te controleren. Het systeem geeft pas een melding als de druk al aardig gedaald is. Regelmatig zelf meten blijft de veiligste aanpak.
Een goede gewoonte die weinig tijd kost
De bandenspanning controleren is een kleine moeite met veel voordeel. Je rijdt veiliger, je banden gaan langer mee en je verbruikt minder brandstof. Plan het in als vast moment, bijvoorbeeld als je tankt, en het is zo gedaan.
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn bandenspanning te laag is zonder meter?
Als de bandenspanning te laag is, kun je dat soms zien doordat de band er iets platter uitziet aan de onderkant. Maar met het blote oog is het verschil vaak moeilijk te zien. Gebruik altijd een bandenspanningsmeter voor een betrouwbare meting. Vertrouw niet alleen op hoe de band eruitziet.
Mag ik de bandenspanning controleren als de banden warm zijn?
Het is het beste om de bandenspanning te meten als de banden koud zijn, dus vóór een rit of na een korte stop van een paar uur. Warme banden geven een hogere drukwaarde aan dan koud. Als je na een rit meet en de druk klopt precies met de aanbevolen waarde, dan is de werkelijke druk in koude toestand eigenlijk al te laag.
Moet ik de bandenspanning aanpassen als ik meer mensen of bagage meeneem?
Ja, bij een zwaardere belading, zoals een volle auto of een aanhanger, raden fabrikanten vaak een hogere bandenspanning aan. Op de sticker in het deurkozijn of in het instructieboekje staan meestal aparte waarden voor een lege en een beladen auto. Check die waarden voordat je op pad gaat.
Wat is het verschil tussen de voor- en achterbanden wat betreft bandenspanning?
Bij veel auto’s geldt een andere aanbevolen bandenspanning voor de voorbanden dan voor de achterbanden. Controleer daarom altijd alle vier de banden afzonderlijk en gebruik de juiste waarden voor voor- en achter. Je vindt die waarden op de sticker in het deurkozijn of in het instructieboekje.

